Semper Vivum

Kiezelsteentjes kraakten onder onze laarzen toen we op 1 november met een stel chrysanten en een plastic zakje in de hand de openstaande poort van het kerkhof binnen stapten. We trokken de kraag van onze dikke jas wat hoger door de gure wind die op deze vlakte altijd vrij spel heeft. Boven onze hoofden benadrukten de grijze wolken en de zwangere hemel de mistroostigheid die eigen is aan deze universele dag van rouw.

De schuwe konijnen en de rondzwervende katten die tijdens het jaar het kerkhof opeisen als hun territorium waren nu nergens te bekennen. Ze leken te beseffen dat die ene dag exclusief voorbehouden is aan mensen die allemaal dezelfde reden hebben om daar te zijn.

Langs het pad, achter de hagen, passeerden we de alleroudste graven, met namen en datums die elk jaar meer tot de verbeelding spreken. Sommige zijn erg aangetast door de tand des tijds en staan op het punt het te begeven. Op anderen staat door middel van een knalgroene sticker de harde mededeling te lezen dat het graf in kwestie binnen afzienbare tijd zal verwijderd worden.

Verderop, bij de kleine vierkante grafsteentjes die samen een morbide schaakbord vormen, zagen we vele mensen staan, voorover gebogen, alsof ze het gewicht van het leed op hun rug torsen. Soms zijn het vader en dochter, andere keren is het moeder en zoon, maar uiteindelijk komt elke combinatie van gedeeld verdriet aan bod.

Ze delen dat verdriet uitsluitend met elkaar, want als er andere rouwenden langzaam voorbijwandelen op weg naar hun respectievelijke plekje van troost, buigen ze hun hoofd en slaan ze hun blik neer, de ogen gericht op de vochtige grond die zoveel herinneringen herbergt.

Iedereen was al druk bezig met het fatsoeneren van de grafsteentjes, dat is steeds het eerste werk. Verschoten bloemstukjes worden verwijderd, semper vivums blijven bewaard en andermaal bewonderd om hun eeuwige weerstand. Ook wij haalden ons materiaal boven uit het plastic zakje dat al vele jaren dienst doet en al verscheidene scheuren vertoont.

Met ons truweeltje groeven we de traditionele kuil waarin we de chrysanten plaatsten. Toen we de plastiekfolie van de bloemen afhaalden, vielen de witte bloemen helemaal open en deden ze me denken aan anemonen die mee wiegen met de stroming op de bodem van de oceaan.

Rondom ons waren sommige achtergeblevenen aan het praten tegen de foto’s van hun reeds vertrokken dierbaren. Anderen waren aan het bidden met de ogen gesloten en de handen in elkaar gestrengeld. Naast ons nam iemand anders ook afscheid maar niet zonder een laatste liefdevolle streling over de foto en een laatste blik op die ogen en die mond die nog altijd zo vertrouwd overkomen.

Met een bezwaard gemoed keerden ook wij terug langs hetzelfde paadje, langs talloze kleine containers die nu propvol zaten met halfvergane bloemen, stenen bloemstukjes en gescheurde verpakkingen. De regen die druppelsgewijs op ons neerviel deerde ons niet want zonneschijn zou toch niet passen bij deze dag.

Ook dit jaar hebben we grafsteentjes gezien waar geen enkele versiering op te zien was en waar we ook nog nooit een levende ziel hebben opgemerkt. Niet voor de eerste keer vroegen we ons tijdens onze terugkeer af of die mensen eigenlijk niet het gelijk aan hun kant hebben. Overledenen leven immers enkel voort in onze herinneringen en daarvoor heb je geen grafsteen nodig.

Eigenlijk hebben ze gelijk. Maar toen we helemaal doorweekt thuis kwamen, en onze natte kleren te drogen hingen, nam ik het truweeltje uit de plastic zak, veegde de aarde er af en legde het toch maar netjes klaar voor volgend jaar.

Geef een reactie