Bruine cowboy

Toen ik de woorden ‘Bruine Cowboy’ op een schoendoos in de garage zag staan, wist ik niet meteen wat mijn teergeliefde daarmee bedoelde. Die raadselachtige woorden waren met een dikke zwarte alcoholstift geschreven in een krullend handschrift dat alleen maar het hare kon zijn.

Toen ik nieuwsgierig het deksel van de doos verwijderde, bleek de term ‘Bruine Cowboy’ te verwijzen naar een paar frivole bruine laarzen.

Samen met tientallen andere dozen vormt dit exemplaar een ware muur in de garage met schoendozen als bakstenen. Telkens ik voor die muur sta, komt het beeld van een kluizenzaal in een bank bij mij op. Met het ene kluisje naast, boven en onder het andere. Allemaal met een ongetwijfeld zeer waardevolle inhoud.

Bij sommige andere opschriften stel ik me toch wat vragen. Bij ‘Stapsandalen’ bijvoorbeeld. Bestaan er dan modellen van sandalen die niet gemaakt zijn om te stappen? En bij de woorden ‘Zwarte sneeuw’ vraag ik me dan weer af of dit de schoenen zijn die mijn teergeliefde gedragen heeft in een slechte periode van haar leven. Als dat zo is, hoop ik dat ze deze nooit meer zal hoeven aan te trekken.

Ik laat mijn blik verder glijden over haar indrukwekkende collectie en laat namen als Alberto Fermani en Emilio Luca over mijn tong rollen. Het zouden evengoed voetballers uit de Italiaanse tweede klasse kunnen zijn.  

Rechts naast haar kluisjesmuur bevindt zich mijn eigen gedeelte, een bescheiden aantal schappen waar ik mijn even bescheiden collectie schoenen op bewaar. Op die plek probeer ik al jaren stand te houden tegen de ongebreidelde uitbreidingsdrang van mijn teergeliefde. Ik voel me soms als een bewoner van dat kleine Gallische dorpje in de stripverhalen van Asterix dat geheel omsingeld is door de Romeinen.

Mijn eigen territorium uitbreiden behoort totaal niet tot mijn ambities. Integendeel, recentelijk heb ik nog een paar gloednieuwe sneakers ontdekt waarvan ik het bestaan totaal vergeten was. Ik had de schoenendoos waar ze in zitten namelijk twee jaar lang gebruikt om mijn laptop op te zetten.

Mijn oog valt plots op haar zachte zwarte pantoffels met sterretjes die licht geven in het donker. Die mogen blijkbaar van mijn teergeliefde geen deel uitmaken van de veelkleurige muur. Ze zijn met andere woorden dakloos, en staan plompverloren op de grond. Ongetwijfeld zijn ze jaloers op hun collega’s die wel veilig en netjes opgeborgen zijn in hun eigen persoonlijke kluisjes.

Tijdens de Coronacrisis vierden die eenvoudige pantoffels echter wel hoogtij toen mijn teergeliefde noodgedwongen bijna constant thuiswerkte. Alle andere schoenen, of ze nu puntig of rond zijn, met of zonder hoge hak, wit of zwart, zij lagen toen allemaal te verkommeren in het duistere binnenste van hun dozen. Ze waren allemaal tijdelijk werkloos, verplicht op inactief gezet. Een laagje stof begon zich in die periode zelfs al af te tekenen boven op hun deksels.

Gelukkig dacht de overheid er toen niet aan om ook voor die inactiviteit premies uit te delen. Want dan zou ergens in ons huis in geen tijd een tweede muur met kluisjes verschenen zijn. Voor mij hoeft dat niet. Eén bruine cowboy in huis is al meer dan genoeg.

Geef een reactie