
Het boek ‘Gevangen’ schrijven kaderde binnen een uitdaging die ik mezelf had gesteld. Kan je een boek schrijven dat zich voor meer dan negentig procent afspeelt op één plaats (in een geblokkeerde lift)? En kan zo’n boek de aandacht van de lezer blijven vasthouden? Gedurende niet minder dan 354 pagina’s? Oordeel zelf!
Ter info: al de teksten op deze website zijn onderhevig aan copyright en mogen niet gekopieerd of gedeeld worden
Korte samenvatting
Een Lucas Daels verhaal
Zes zeer welstellende mensen worden samen met een limousine naar de openingsreceptie van een nieuw hotel gebracht. Als ze samen een grote lift instappen, sluiten de deuren zich achter hen, maar de lift weigert in beweging te komen. Na enkele minuten wordt het duidelijk dat het geen technisch defect is. Uit een luidspreker boven hun hoofd weerklinkt eerst een streepje muziek en dan een onheilspellende boodschap… Hoofdinspecteur Lucas Daels wordt op de hoogte gebracht van de verdwijning van de zes personen en begint zijn onderzoek, bijgestaan door zijn trouwe assistente Jenny. Al snel blijkt dat Lucas te maken heeft met een heel creatieve tegenstander…
Lees hieronder gratis het eerste hoofdstuk:
Proloog
Vrijdag 17 februari
Hotel Pendergast, 14u00
‘Oh kijk’, kraait de blonde Chloé als ze uit de limousine stapt ‘er staan goodiebags in de lift! Ik hou van goodiebags!’
Ze trippelt op haar hoge hakken de lift in waarvan de deuren uitnodigend open staan.
De vijf andere fijn uitgedoste mensen die ook uitgenodigd zijn op de receptie van het nieuwe hotel kunnen hun glimlach niet onderdrukken.
‘Mijn dochter is precies dezelfde’, grijnst Michel Derijke, een struise man met brede schouders, terwijl hij opkijkt naar een zwarte man die naast hem staat.
Samen stappen ze eveneens de lift in.
‘Heb jij ook kinderen?’, vraagt hij hem. Charlie Mosona, een zwarte man die kop en nek boven hem uitsteekt, knikt.
‘Ja hoor, een dochter, antwoordt hij met een zware stem, ‘dus ik weet er alles van’, glimlacht hij.
Achter hen keert de chauffeur voorzichtig de lange zwarte limousine en rijdt dan traag weg naar de uitgang van de ondergrondse parking. Regina van der Elst, de enige andere vrouw bij de zes genodigden, begeeft zich nu ook naar de lift. Deze statige dame met mooie grijze haren is in tegenstelling tot Chloé totaal niet geïnteresseerd in de goodiebags waar het logo van het hotel in groot formaat op gedrukt staat. Integendeel, zij heeft zelfs een regelrechte afkeer van dergelijke commerciële acties.
In de lift gaat ze voor de spiegel staan om haar nette kapsel te controleren. Als ze daarmee klaar is, werpt ze een geërgerde blik op twee jonge mannen die nog steeds niet in de lift zijn gestapt. Allebei hebben ze alleen maar oog voor hun smartphone. Daarom hebben ze het ook niet door dat de rest van de groep al de lift is ingestapt. ‘Jullie gaan dus niet mee naar boven jongens?’, vraagt Derijke grappend.
Hans Heinkens, de jongste telg van een familie die haar fortuin heeft gemaakt in de luchtvaart, antwoordt niet en kijkt zelfs niet op van het schermpje van zijn telefoon.
‘Hey, we moeten gaan’, zegt Frederik Van Lerberghe die naast hem staat, en na een blik op de lift, geeft hij zijn leeftijdsgenoot een zachte por met zijn ellenboog. Die lijkt plots te ontwaken en snel vervoegen ze de rest van de groep. De deuren van de lift sluiten zich langzaam met een zoemend geluid en Derijke drukt op de knop met de L van Lobby. Iedereen behalve Chloé richt uit pure gewoonte de blik omhoog naar het cijfer dat de verdieping aanduidt.
Het meisje is nog steeds de inventaris aan het opmaken van de wonderbaarlijke inhoud van haar goodiebag.
Als er na enkele seconden nog altijd -1 op het display blijft staan, is het Derijke die als eerste op de knop duwt. Maar het resultaat blijft uit.
Hans, die zijn smartphone tegen alle verwachtingen in heeft weggeborgen, treedt naar voor en begint vloekend op al de knoppen te duwen. ‘Verdomme, dat kan toch niet! Kom in beweging stomme lift’, roept hij het uit en zijn stem weerklinkt luid tegen de metalen wanden. ‘Wacht even, rustig blijven’, zegt Mosona kalm. Hij zet een stap naar voor, drukt op de rode noodknop en houdt zijn dikke vinger erop.
Chloé heeft nu ook door dat er misschien iets mis kan zijn en kijkt fronsend op van haar drukke bezigheden. Ze realiseert zich dat ze het typische kleine schokje niet gevoeld heeft wanneer een lift stijgt of daalt.
Als na een tijdje Mosona de noodknop los laat, en er niemand aan de telefoon is gekomen, stapt hij peinzend achteruit. ‘Hoe kan dat nu?’, mompelt hij, meer tegen zichzelf als tegen de anderen ‘die dienst moet toch 24 op 24 uur beschikbaar zijn?’
Ook Frederik, groter en atletischer gebouwd dan Hans, drukt herhaaldelijk op de knoppen die dienen om de deuren te openen. ‘Nee, dit kan niet waar zijn’, brengt hij zachtjes uit en hij kijkt naar Chloé ‘ik heb claustrofobie, dit kan ik echt niet aan.’ Als Hans als eerste zijn smartphone bovenhaalt om iemand te bellen, volgt iedereen zonder nadenken zijn voorbeeld. Telefoons in allerlei formaten en kleuren worden uit handtassen en binnenzakken gehaald en iedereen begint te bellen.
Na enkele seconden is het ongeloof op al die verschillende gezichten af te lezen wanneer ze vaststellen dat ze geen van allen bereik hebben.
‘Dat is ongelooflijk’, klaagt Hans ‘betaal ik daarvoor zo’n duur abonnement?’ ‘Wat nu?’, vraagt Chloé met een klein stemmetje ‘we waren al laat voor de receptie, als we hier niet snel uit geraken, gaat die misschien afgelopen zijn.’ ‘Dus jij maakt je zorgen over die stomme receptie?’, smijt de kregelige Hans in haar gezicht ‘je zou je beter eens afvragen hoe we hier gaan uit geraken! We zitten hier gewoon gevangen!’
Het jongste lid van het gezelschap kijkt hem angstig aan en haar bovenlip begint te trillen. Mosona komt met zijn imposante postuur tussen hen beiden staan en tracht de gemoederen te bedaren. ‘Rustig blijven, zegt hij ‘een lift kan nu eenmaal blokkeren, dit is niet de eerste keer en het zal ook niet de laatste keer zijn.’ Maar zijn woorden maken niet zoveel indruk, het is duidelijk dat iedereen met de minuut ongeruster wordt.
Net wanneer Hans briesend naar voor stapt om zijn woede andermaal te koelen op de knoppen, is er boven hun hoofden ineens een luide klik te horen.
Iedereen kijkt omhoog naar het plafond van de lift waaruit plots muziek begint te spelen. Ze krijgen de originele versie van een song te horen die ze allemaal heel goed kennen en waarvan het refrein door iedereen kan meegezongen worden.
‘We’re caught in a trap
I can’t walk out
Because I love you too much baby’
‘Waar slaat dat nu op?’, roept Hans ‘de muziek werkt perfect maar die klotelift laat het afweten!’ Wanneer het liedje na een paar minuten stopt, valt er een stilte. Voor iemand iets kan zeggen, horen ze weer een klik en vervolgens het geluid van een metaalachtige stem. ‘Welkom beste mensen, hebben jullie de eerste zin van dit liedje goed gehoord? Ja? Jullie weten toch wie de ‘we’ zijn? Inderdaad, dat zijn jullie!’
Verbijsterd kijken de aanwezigen elkaar aan terwijl er een hakkelende lach door de luidspreker op hen neerdaalt. Daarna volgt er nog één zinnetje dat de komende uren in de hoofden zal spelen van deze zes personen die geen kant meer uit kunnen.
‘Tussen haakjes’, klinkt er onheilspellend ‘minstens één van jullie was hiervan al op de hoogte, is dat nu niet grappig?’
Onmiddellijk daarna is er weer een klik te horen en dan is het in de lift even zo stil als in een graf.
Koop dit boek hier!