Jef

In onze straat wordt het voetpad niet veel gebruikt. Hoogstens door een passerende jogger of door buren onder elkaar. Jef is daarop de uitzondering. Voor hem is het trottoir zijn levenslijn met de buitenwereld.

Jef is een man van in de tachtig, met dik sneeuwwit haar waar vele zestigers jaloers op kunnen zijn. Hij is al talloze jaren weduwnaar en zoekt op straat naar dialogen die hij thuis niet meer kan voeren. Zijn kinderen leiden in een ander dorp elk hun eigen leven, ver hiervandaan, in een wereld die zo verschillend is van de zijne.

Iedereen in de buurt weet maar al te goed dat, als ze de voordeur buiten komen, ze veel kans maken op een ontmoeting met Jef. Soms lijkt het zelfs alsof hij op de loer ligt. Want ineens is hij daar, met zijn typische manier van stappen, ietsje voorovergebogen, en steevast met de beide armen gekruist voor de borst.

Ongeacht of de buren en ikzelf er op dat moment tijd voor hebben, wachten wij allemaal gedwee op zijn komst, om dan enkele minuutjes met hem te praten. Als een soort goede daad. Maar in feite komt het nooit tot een echt gesprek. Het komt er altijd op neer dat hij spreekt en dat wij luisteren. Naar zijn verhalen die zich vele jaren geleden hebben afgespeeld, toen hij nog jong en sterk was. Verhalen die we zeker al honderd keer hebben gehoord.

Aanvankelijk probeerde ik om andere, nieuwe onderwerpen aan te snijden, maar die waren helaas nooit een lang leven beschoren. Jef kijkt namelijk bijna nooit TV, een internetverbinding heeft hij niet en van de actualiteit kent hij enkel de grote titels op de voorpagina van de krant die hij heeft zien liggen in de supermarkt.

Wanneer ik hem na zo’n kort gesprekje duidelijk maak dat ik dringend ergens naartoe moet – wat niet altijd even waar is, ik beken – draait hij zich zonder tegenstribbelen om en is hij weg. Als ik hem dan zie wegstappen, in de zomer in zijn kraakwit marcelleke en in de winter met een dikke sjaal, vraag ik me telkens weer af of ik zelf ook een Jef zal worden als ik oud ben.

Geef een reactie