In het voetbal in eerste klasse zijn er spannende Play-Offs en in het wielrennen staan de grote Rondes elk jaar op het programma. Ben je gek van de spanning in de ‘koers’ of zie je liever een goeie match voetbal? Maar wat is eigenlijk de hardste sport van de twee?
Als het gaat om de afstanden die ze moeten afleggen tijdens een wedstrijd staan de voetballers ontegensprekelijk voor de grootste uitdaging. Zij dienen op anderhalf uur een tiental kilometer te joggen en mogen daarbij slechts een kwartier rusten. Renners hebben het veel gemakkelijker want zij hebben de luxe om honderden kilometers al zittend op een comfortabel zadel door te brengen.
Wat sanitaire stops betreft, trekt een voetballer altijd aan het kortste eind. Want als hij dringend moet plassen, dient hij te wachten tot het fluitsignaal eindelijk is weerklonken. Renners daarentegen hebben alle vrijheid om te stoppen wanneer ze willen. Ze kunnen plassen in de vrije natuur terwijl de hen omringende supporters hen daarbij volop aanmoedigen en gretig foto’s maken.
Omdat de voetballers zo afzien, vieren ze een overwinning op hun eigen unieke manier. Als ze er bijvoorbeeld in slagen om te scoren, lijken ze plots hun verstand verloren te zijn. Dan beginnen ze rond te lopen als een kip zonder kop en is plots al hun vermoeidheid verdwenen als sneeuw voor de zon. Renners daarentegen vieren een overwinning veel bescheidener. Op het podium barsten ze soms zelfs in tranen uit, maar dat is omdat ze dan hun winstpremie vergelijken met het gemiddelde weekloon van een voetballer.
Voetballers kunnen in bepaalde omstandigheden ook hun tranen niet bedwingen. Dat gebeurt vooral wanneer ze op de bank moeten zitten en dus niet mogen meespelen met de andere kinderen. Of wanneer ze een andere voetballer de parking van het voetbalstadion zien oprijden met een nieuwere of grotere auto dan die van hen zelf.
En hoe zit het met de pijngrens van renners en voetballers? Die is ook heel verschillend. Na een valpartij op het ruwe en keiharde asfalt hijsen renners zich meteen weer op hun trouwe tweewieler niettegenstaande het feit dat ze veranderd zijn in één grote schaafwonde, dat hun pols weer eens gebroken is en hun knieën helemaal ontveld.
Bij voetballers zit dat ietsje anders. Een tegenstander moet tijdens de match nog maar gewoon een vriendelijke hand op hun schouder leggen en ze vallen als dood neer en beginnen te kronkelen op het zachte gras met hun enkel – ja, hun enkel – in hun handen. Er is niemand die de voetballers benijdt omwille van die extreem lage pijngrens.
En dan is er nog het fenomeen van het spuwen. In het wielrennen vinden sommige onnozele toeschouwers het nodig om de renners te bespuwen als ze hen voorbijrijden. Zegt veel over die mensen zelf. In het voetbal is spuwen daarentegen al heel lang ingeburgerd. De voetballers doen het zelf om ervoor te zorgen dat ze goed op hun knieën op het gras kunnen schuiven nadat ze gescoord hebben.
Gevechten tussen de supporters komen vooral voor bij het voetbal. Bij het wielrennen gaat het er veel vreedzamer aan toe. Enkel het wegwerpen van een bidon door hun idool kan leiden tot een korte maar hevige worsteling tussen twee fans wiens bak bier al een tijdje leeg is.
Tenslotte, wie zijn de meest ijdele sporters, de voetballers of de coureurs? Renners pronken met perfect onthaarde benen waar zelfs hun echtgenotes jaloers op zijn maar ze rijden wel rond met een Fiatje van de sponsor. Voetballers rijden met de grootste en meest luxueuze auto’s rond die je kan bedenken, kleden zich enkel in de meest opzichtige merkkledij en gaan elke week naar de kapper.
Flandrien of stervoetballer? Aan jou de keuze!