In mijn brievenbus lag er op een dag een groen kaartje en zonder te lezen wat er op stond wist ik meteen wat het betekende. Was er weer een jaar voorbij gegaan zonder dat ik het besefte? Een geluk dat er nog instanties zijn zoals de autokeuring die voor ons de tel bijhouden.
Het deed me denken aan toen ik achttien was en dat kaartje voor het eerst had ontvangen. Zelf was ik toen nog jong maar mijn auto was oud. Omdat ik vreesde dat hij zou afgekeurd worden, schoot ik in actie. Ik waste mijn auto, wat me op verbaasde blikken van de buren kwam te staan wegens nog nooit gebeurd. Op de meest opvallende roestplekken plakte ik stickers van een toenmalig bekend oliemerk.
Ik zie het nog voor me hoe ik met trillende handen op mijn stuur achteraan de rij auto’s aansloot. Toen er na lang wachten een man in een grijze overal naar mij zwaaide vanuit een grote poort, reed ik het hol van de leeuw binnen. ‘Papieren van de auto alstublieft’, kreeg ik te horen alsof ik aan onze landsgrens was tegengehouden door een achterdochtige douanier.
Ik weet nog hoe ik in mijn handschoenenkastje, dat al lang niet meer goed dicht ging, op zoek ging naar de juiste documenten en een wanordelijk pak papier overhandigde aan de fronsende controleur. Nadat hij gevonden had wat hij zocht, verzocht hij mij om de standlichten van mijn voertuig aan te steken.
Die vraag veroorzaakte een kortsluiting in mijn brein. In welke stand moest dat hendeltje nu ook weer staan om de standlichten aan te zetten? Wie gebruikte eigenlijk standlichten? Ik alleszins niet. Na enkele vruchteloze pogingen lukte het mij, maar dan vroeg hij me om de motorkap te openen. Het zweet brak me uit want ik wist dat dit ook met een hendeltje moest gebeuren maar waar bevond zich dat verdomde ding nu weer? Toen ik al enkele minuten voorovergebogen en gewrongen in de kleine ruimte onder mijn dashboard tevergeefs aan het zoeken was, voelde ik opeens een tik op mijn schouder.
Ik werd vriendelijk doch kordaat verzocht om het voertuig te verlaten en me naar de wachtruimte te begeven. Met een mix van schaamte en opluchting maakte ik me snel uit de voeten en vervoegde enkele lotgenoten die in een soort bushokje aan het wachten waren op de verlossing of de vloek.
Vandaag verloopt alles veel vlotter en maak ik me daarover geen zorgen meer. Toen ik een paar dagen geleden ter plaatse aankwam en de lange rij van bestuurders zonder afspraak voorbij reed, was ik er praktisch zeker van dat ik binnen twintig minuten weer thuis zou zijn.
Tot de bebaarde technieker me met een strenge blik vroeg waar hij het volledige chassisnummer van mijn voertuig kon vinden. Terwijl ik mijn handschoenenkastje opende en de eerste zweetdruppels op mijn voorhoofd voelde parelen, was ik plots weer even achttien. Maar niet in de omstandigheden hoe ik weer achttien zou willen zijn.