Net zoals het boek Gevangen is Dodelijk Ontbijt het gevolg van een uitdaging die ik mezelf stelde: kan ik een boek schrijven in ware ‘whodunit’ stijl? Met andere woorden, kan ik de lezer meerdere malen achter elkaar op het verkeerde been zetten naargelang de verschillende verdachten ten tonele verschijnen en wanneer blijkt dat ze in theorie allemaal de misdaad in kwestie kunnen gepleegd hebben? Oordeel zelf!

Ter info: al de teksten op deze website zijn onderhevig aan copyright en mogen niet gekopieerd of gedeeld worden

Korte samenvatting

Een Lucas Daels verhaal

Bij aanvang van een Kerstontbijt wordt een van de gasten dood aangetroffen in de toiletten van het restaurant. Al snel blijkt dat het om een verdacht overlijden gaat. De dader kan niet anders dan iemand van de acht aanwezigen zijn. Het is aan hoofdinspecteur Lucas Daels om in de voetsporen van Agatha Christies’ held Hercules Poirot te treden om te weten te komen wie van de acht de moord op zijn geweten heeft.

Lees hier gratis het eerste hoofdstuk

24 december – 8 uur ‘s ochtends
Zemst, Vlaams Brabant

1 Een hogere macht


Twee uur voor zijn dood staat Joseph Kambila voor de spiegel in zijn badkamer en hoort hij zijn vriendin zeggen dat ze niet weet wat ze moet aantrekken. Hoeveel keer heeft hij die zin nu al horen uitspreken sinds ze samen zijn? In tegenstelling tot haar heeft hij zijn kleren al aangetrokken en dat heeft welgeteld drie minuten geduurd. Gewone kleren, niets speciaals, ondanks het feit dat ze straks op restaurant gaan. Dat komt er nu eenmaal van om samen te wonen met een vrouw voor wie uiterlijk helemaal bovenaan op haar prioriteitenlijstje staat. Zelf is hij daar totaal niet mee bezig. Hij werpt een blik op de grote, zwarte man die hij voor zich in de spiegel ziet staan en is best tevreden met wie hij daar ziet. Hij bekijkt zijn kapsel en gaat met zijn dikke vingers door zijn haren die op korte tijd voor driekwart grijs geworden zijn. Dat vindt hij niet erg. Integendeel, hij beschouwt het zelfs als een troef want vrouwen vinden die grijze haren blijkbaar erg charmant. Hij trekt zijn buik in en steekt zijn borst vooruit. Ondanks de achtenzestig jaar op de teller ziet hij niet zoveel verschil met de man die hij was zo’n twintig jaar geleden. Enkele rimpels erbij, een paar ouderdomsvlekken op de rug van zijn handen, meer niet. Wat hem echter stoort is niet wat hij in die spiegel ziet maar wel wat hij elke dag voelt. De pijn aan zijn gewrichten, aan zijn heupen, het moeilijk te been zijn. De wandelstok die daar tegen de muur staat en hem lijkt aan te staren, laat nooit na hem daaraan te doen denken, ook op de momenten dat hij gezellig in de zetel zit. Hij haat het feit dat hij daarvan afhankelijk is, dat hij dat hulpmiddel moet gebruiken om vlot te kunnen stappen. Stilletjes vervloekt hij zijn vader en zijn grootvader en iedereen van de generaties daarvoor. De heupen van de mannen zijn namelijk zonder uitzondering het zwakke punt in zijn familie. Joseph zucht en verlangt naar de tijden van onbezonnenheid en complete vrijheid toen hij nog jong was. Vrijheid die hij nu niet meer heeft omdat zijn lichaam hem begint tegen te werken. Plots krijgt hij een kramp ter hoogte van zijn maag en onwillekeurig krimpt hij ineen. Wat is dat toch? Hij is vanochtend door die krampen wakker geworden, iets wat hij nog nooit eerder heeft meegemaakt. Over zijn spijsvertering heeft hij nog nooit te klagen gehad. Komt het door iets wat hij gisteren gegeten heeft? Joseph Kambila is er echter de man niet naar om aan de pijn toe te geven. Hij denkt er niet aan om af te zeggen voor het Kerstontbijt dat voor de allereerste keer in het dorp wordt georganiseerd. Vooral ook omdat het doorgaat in het restaurant van René, zijn rechtstreekse concurrent. Hij hoopt dat René zijn aanwezigheid zal appreciëren, als een soort goedmaking na de vreselijke dingen die er tussen hen zijn gebeurd. Voorovergebogen omdat hij de pijn op die manier minder voelt, wacht hij tot de kramp geleidelijk wegtrekt en richt zich dan terug op. Hij haalt diep adem en voelt met zijn hand ter hoogte van zijn maagstreek of er daar eventueel iets zou zitten. Hij pookt met zijn vingers op verschillende plekken in zijn buik tot het pijn begint te doen maar hij voelt niets abnormaal. Hij heeft zo het gevoel dat die krampen gaan blijven komen. Misschien heeft het niets te maken met zijn eten en heeft er zich een ziekte in zijn lijf genesteld zonder dat hij het weet. Misschien is het zelfs de grote K. Hij schudt zijn hoofd om die negatieve gedachten te verdrijven en opent een deur van het badkamerkastje. Terwijl hij het flesje geurige mannenparfum eruit haalt en wat op zijn keel en nek sproeit, hoort hij een andere bekende zin komen aanwaaien vanuit een andere kamer. Eentje die hij gemakkelijk had kunnen voorspellen, niet alleen de woorden, maar ook de toon waarop ze uitgesproken worden.
‘Joseph, ik ga niet naar dat ontbijt, ga maar alleen.’ De toon is er een van frustratie, boosheid en zelfmedelijden. Typisch voor Brigitte denkt hij. Ondanks de naweeën van de krampen in zijn buik, glimlacht hij en besluit dat hij haar moet gaan redden. Gniffelend neemt hij zijn wandelstok en stapt naar de dressing naast de slaapkamer van waaruit de noodkreet afkomstig is. ‘Brigitte, hoe durf je dat te zeggen?’, zegt hij lachend. ‘Het hangt hier gewoonweg vol met kleren! Wil je dat ik iets voor jou kies?’
De boze blik die hij als antwoord krijgt, zegt genoeg, dus hij dringt niet verder aan en houdt zijn mond. Hij kon het alleen maar proberen. Geamuseerd blijft hij rustend op zijn wandelstok staan kijken. Hij ziet haar in complete radeloosheid staren naar de grote verzameling jurken, broeken en bloezen die elke week nog een beetje groter wordt door haar niet aflatende shopping drift. Joseph Kambila beseft maar al te goed dat hij op deze vrouw verliefd is. Zo verliefd dat hij zijn huwelijk voor haar opgeblazen heeft, iets wat veel mannen beloven maar uiteindelijk nooit doen. Hij deed het wel, en niet omdat die vrouw zoveel jonger is dan hijzelf. Brigitte Moons is gewoonweg niet minder dan de ideale vrouw voor hem. Begiftigd met een extraverte persoonlijkheid, vol energie en heel schrander, waardoor hij met haar over werkelijk alles kan praten. Het klikte meteen tussen hen beiden. Vanzelfsprekend speelde haar uiterlijk ook een grote rol, met haar blanke huid en met haar uitgesproken vrouwelijkheid. Als ze hem nogmaals een kwade blik toewerpt, beseft hij dat ze momenteel echter niet op dezelfde golflengte zitten.
‘Als het is om hier onnozel te komen doen, blijf dan beter weg’, snauwt ze hem duidelijk gefrustreerd toe. Joseph wist natuurlijk op voorhand dat ze hem nooit een kledingstuk voor haar zou laten kiezen. In haar ogen kent hij niets van mode, en weet hij zelfs niet welke kleuren bij elkaar passen en welke niet. En als hij heel eerlijk is, moet hij toegeven dat ze daar een punt in heeft. Hij laat de glimlach van zijn gezicht verdwijnen en tracht een soort van begrip en medelijden te tonen. Terwijl zij in haar persoonlijke paradijsje ronddraait als een leeuwin in een kooi, slaat hij haar met verborgen plezier nog heel even gade. Haar lange haren heeft ze nonchalant opgestoken met een grote speld en dat wil zeggen dat na de keuze van haar outfit het kapselritueel nog moet plaatsvinden. Dat weet hij uit ervaring. Het betekent dus dat ze zoals altijd te laat op de afspraak zullen aankomen. Hij besluit tegen beter weten in nog een poging te doen om de situatie te ontmijnen.
‘Het is maar een ontbijt, schatje, in een restaurant dat we goed kennen’, probeert hij. Een antwoord blijft uit, dus er zit niets anders op dan de aftocht te blazen. ‘Ga je maar aankleden, ik ben bijna klaar’, hoort hij haar achter zijn rug zeggen. Joseph Kambila zucht bij het horen van deze woorden en laat ontmoedigd zijn schouders zakken. Hij dacht namelijk dat hij de juiste kleren al had aangetrokken. Een hogere macht beslist daar echter anders over en dus stapt hij naar zijn eigen kleine en veel minder gevulde kleerkast. Mocht hij geweten hebben dat hij twee uur later dood op de vloer van de toiletten in een restaurant zou liggen, had hij waarschijnlijk nooit die moeite gedaan.

Koop het boek hier!